1260 versluisgroep bewonerszaken uitvoer woningcorporatie 3
Versluis_bewonerszaken_uitvoer_woningcorporatie_3
1258 versluisgroep bewonerszaken showroomtraject aannemer 2
Versluis_bewonerszaken_showroomtraject_aannemer_2
1259 versluisgroep bewonerszaken huisbezoek woningcorporatie 4
Versluis_bewonerszaken_huisbezoek_woningcorporatie_4
1261 versluisgroep bewonerszaken projecten kantoorpand
Versluis_bewonerszaken_projecten_kantoorpand
1262 versluisgroep bewonerszaken mt kernwaarden 2
Versluis_bewonerszaken_mt_kernwaarden

Wally Marchand over het onderwijs: ‘Als je talenten hebt, zet ze in voor elkaar’

11-02-2021
Wally Marchand over het onderwijs: ‘Als je talenten hebt, zet ze in voor elkaar’
Wally, om bij het begin te beginnen. Hoe was dat op je eerste school?
“Ik ben dus in 1975 begonnen. In groep 5, destijds klas 3. Die eerste twee jaren zitten nog altijd het stevigst verankerd in mijn herinnering. Laatst hebben we ook nog een reünie gehad. Erg leuk.”

Waarom zijn die het meest bijgebleven?
“Het waren de eerste groepen waar je je echt in verdiepte, waarover je moeilijke beslissingen moest nemen. Een van de kinderen overleed ook. Ik heb er twee jaar gewerkt maar ik kon in Bodegraven geen huis krijgen. In Waddinxveen wel, mits ik daar als leerkracht aan de slag ging. Zo regelden ze dat in die tijd vanwege de schaarste aan leerkrachten. Ik ben daar begonnen als leerkracht, maar na twee jaar werd ik directeur. Was ik op mijn 25ste schooldirecteur. De directeurstaken deed je in die tijd in een dag, de overige vier dagen stond je voor groep 8. In Waddinxveen zijn mijn vrouw en ik gaan nadenken. Wilden wij ons hele leven daar blijven of wilden we ook wel eens wat anders? Ik ben toen weer gaan solliciteren en fulltime als directeur aan de slag gegaan op een grote basisschool in Oldebroek. In Oldebroek hebben we veel meegemaakt. In 1986 is onze zoon Gerbert daar geboren. Hij was lichamelijk zwaar gehandicapt en waarschijnlijk ook verstandelijk maar dat hebben we nooit kunnen testen. Op zijn tiende overleed hij. Het was een hele ouderwetse school die moderner moest worden. Drie kleuterscholen moesten er intrekken bij de lagere school. De basisschool ging van start! Het was een uitdagende baan. "Door het slechte functioneren van de vorige directeur, was er jarenlang geen goede samenwerking geweest. Iedereen had zich teruggetrokken in zijn eigen klas.”

Eilandjes dus?
“In het onderwijs ontstaan gemakkelijk eilandjes, ja. Maar ik heb dat gelukkig wel om weten te buigen en daar uiteindelijk veertien jaar gewerkt. Mijn zoon versterkte ondertussen mijn aandacht voor het moeilijk lerende kind. Na de dood van mijn zoon ben ik naar De Arend gegaan, een christelijke school voor speciaal basisonderwijs in Nunspeet. In die zes jaar dat ik daar directeur was, heb ik ontzettend veel geleerd. Als de kinderen daar boos zijn, word je gewoon klootzak genoemd. Dat was me in de 25 jaar daarvoor nog niet overkomen. Daar werd me nog duidelijker wat de waarde van het team is. Dat is zo belangrijk. Toen na zes jaar besloten werd dat het schoolbestuur geprofessionaliseerd moest worden, heb ik gesolliciteerd. Dat werd mijn laatste functie vanaf 2005 tot mijn pensioen. Bijna 15 jaar.”

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in het onderwijs geweest?
“De steeds verder toenemende bemoeienis van de overheid met het onderwijs. Onderwijs heeft steeds meer economische waarde gekregen. Het moet opleiden voor functies in de maatschappij. De overheid is zich ook meer met de inhoud van het onderwijs gaan bemoeien. Toen ik begon was het zo dat de overheid zich met het ‘wat’ bemoeide, en het schoolbestuur besloot over het ‘hoe’ ging. Dat is de vrijheid van onderwijs en zo was het altijd. Of je de tafels in groep vijf leert in plaats van in groep vier, mag je als school niet meer zelf uitmaken. Terwijl die vrijheid van onderwijs wel in de grondwet staat. Je ziet dat de overheid steeds meer voorschrijft hoe het moet, via het cito leerlingvolgsysteem. Daarmee bepaalt de overheid wat kinderen op een bepaalde leeftijd moeten leren.”

Vroeger was er alleen aan het einde een citotoets, nu vaker?
“Ja twee keer per schooljaar. De eindtoets vond en vind ik overbodig. Een leerkracht weet echt wel op welk niveau een kind kan rekenen. Daar heeft hij geen cito-eindtoets voor nodig. Ik had liever dat ze een psychologische test maakten. Karakter doorzettingsvermogen, dat geeft een leerkracht inzichten waar hij wat mee kan. Het zijn starre systemen die over scholen heen gelegd worden. Professionals moeten de ruimte krijgen. Jullie kunnen ook niet tegen een timmerman zegen waar precies hij die spijker moet raken. Dan is hij weg.”

Filosofie, maatschappijleer, sociale vaardigheden, moet dat ook geen prominentere plek krijgen?
“Bildung zouden de Duitsers zeggen, de mens opbouwen met de vaardigheden die het nodig heeft om goed te functioneren. Op de basisschool is daar nog wel aandacht voor. Maar de lesprogramma’s in het voortgezet onderwijs zijn overvol door alle eisen die al gesteld worden. Vorming van deze jonge mensen schiet er bij in.”

Terugkijkend op je loopbaan. Wat beschouw je als je hoogtepunt?
“Dat we binnen het schoolbestuur EduCare met de directeuren zover zijn gekomen dat we echt een gezamenlijk plan hadden. Dat we verantwoordelijkheid hadden voor elkaar en voor elkaars scholen. Dus bij een probleem van de een, dacht de rest echt mee. Met gezamenlijk leiderschap en een gezamenlijke visie kun je echt met elkaar vooruit. En daarmee alle kwaliteiten inzetten voor verbetering van het onderwijs.”

Samen ben je meer dan de som der delen. Hoe kreeg je dat voor elkaar?
“Door heel veel vertrouwen aan de directeuren geven. Ik heb nooit zitten neuzelen om een paar centen die verkeerd besteed waren. En ik heb ze altijd sterk gefaciliteerd met goede gebouwen, boeken en leermateriaal. Toen dat ging lopen en directeuren die vrijheid ook durfden te nemen, zijn we gaan praten over de kwaliteit van hun scholen. Samen hebben we een ideaalbeeld geschetst. Dat heeft geresulteerd in een beleidsplan. Een gezamenlijke agenda. En die werd leidend.”

En je dieptepunt?
“Ik geloof in elkaar vertrouwen geven, maar ik ben enorm geschaad in mijn vertrouwen door een van mijn collega's. Ik heb er wel een jaar over gedaan om daar overheen te komen. De waarden en normen die wij deelden, paste hij niet toe op zijn eigen school. Terwijl hij altijd vertelde dat hij dat wel deed. Daar heb ik mijzelf door beschadigd gevoeld. En ik heb het niet gezien, daar heb ik mijn excuses voor aangeboden aan de medewerkers. Er waren signalen, kleintjes, maar ik zag ze niet. En niemand voelde de vrijheid om dit tegen mij te zeggen. Tegen de medewerkers zei hij altijd dat ik achter zijn beleid stond, wat een schrikbewind bleek te zijn. Hij heeft me belazerd. Als je vertrouwen geeft en dat niet terug krijgt, dan is dat een dieptepunt. Met afvinklijstjes, dus alles daadwerkelijk controleren, had ik dit drama kunnen voorkomen. Maar zo heb ik het dus nooit gedaan. De meeste mensen deugen, dat blijft mijn uitgangspunt. Ik ben niet wantrouwend.”

Op structurele zaken beleid maken en niet op incidenten.
“Het was zijn verantwoordelijkheid dat het fout ging, niet het mijne maar ik ben er terecht op aangesproken. Natuurlijk hebben we vervolgens de klachtenprocedure doorgelopen. En ik heb besloten om paar keer per jaar mee te vergaderen zodat iedereen mij kent en de drempel laag is.”

Je bent christelijk. Welke rol heeft dat gespeeld in je carrière?
“Doe ik het goed? Doe ik hetgeen wat van mij als christen verwacht mag worden, dat zijn de vragen die ik mijzelf altijd stel. Hoe ga je sociaal bewogen met mensen om, dat ze in een vangnet terecht komen, dat heeft mij als christen beziggehouden. In het onderwijs heb ik altijd nagedacht hoe we leerlingen dit mee kunnen geven. De gereformeerde traditie is lange tijd te veel bezig geweest met de lijn naar boven en minder met de lijn opzij: hoe doen we het met en voor elkaar. Terwijl, als je talenten hebt, zet ze in voor elkaar!”